Afgelopen weken heb ik mij laten betoveren door de natuurpracht van Panama. Het land van bekende koffie, kolibries en kanalen. Geografisch bekeken is dit het meest zuidelijk gelegen land van Centraal-Amerika. De meesten kennen het land vanwege het wereldlijke Panamakanaal waarbij grotendeels de stroming van de Chagres een weg baant tussen de Stille Oceaan en de Atlantische Oceaan. Mijn avontuur heb ik zoals gewoonlijk gedeeld met enkele gedreven, gezellige en aangename Nederlanders. Ik bezocht vele natuurgebieden binnen vier verschillende provincies, namelijk Panama, Darién, Chiriqui en Bocas del Toro. Algemeen bekeken beleefde ik avonturen van Centraal Panama tot het uiterste oostelijke landsdeel langs Colombia, van dit ene uiterste naar het andere tot aan de westelijke grens met Costa Rica en nadien opnieuw naar het centrale gedeelte.

Na een lange vlucht kwam ik aan in de drukte van Panama-City. Al snel wilde ik die mierennest verlaten om te kunnen starten aan een wonderlijke groene trip. Steden bezoeken kost nu eenmaal soorten! Al had ik wel op voorhand besloten om een bezoek te brengen aan het Panamakanaal. Dat is nu eenmaal iets waar je als toerist niet aan voorbij kan én mag gaan. Na een ruim uur rijden kwamen wij aan in onze eerste lodge in één van de buitenwijken van het pittoreske Gamboa. Deze wijk die tegen de rand van het regenwoud gelegen is, bevat tal van woningen die van oorsprong bestemd waren voor de werklieden van het Panamakanaal. Sommige huizen kregen een andere functie waaronder die van verblijfplaats voor toeristen, al staat een groot aantal ervan gewoonweg leeg en liggen ze er verlaten bij. Persoonlijk voelde het als spookstadje aan. Heel apart?! Hier zouden wij uiteindelijk een viertal dagen verblijven.

Vanaf de eerste dag was het meteen werken geblazen met al die nieuwe soorten. Op sommige momenten ging het allemaal zo snel dat je niet wist welke vogel eerst aandacht te geven. Zeker als er dan af en toe zo’n flokje voorbij kwam. De biotoop die hier het meest aan bod kwam was uiteraard het tropische regenwoud, maar tevens enkele weilanden, plasjes en de Chagres-rivier. Soorten die ik ter plaatse kon waarnemen waren onder andere grijskop Chachalaca, bruine pelikaan, Amerikaanse fregatvogel, groene reiger, kleine blauwe reiger, slakkenwouw, geelkopcaracara, leljacana, toviparkiet, geelwangamazone, kleine ani, westelijke langstaartheremiet-kolibrie, witnekkolibrie, violetkapamazilia, paarsbuikkolibrie, blauwbuikamazilia, Edwards amazilia, roodstaartamazilia, purperkruinelfje, goudvoorhoofdvireo, monniks-kaptiran, witbuikmiervogel, cocoamuisspecht, zwartkeelspecht, violette trogon, zwartkeeltrogon,… Bovendien kwamen de eerste agoeti’s en neusbeertjes tevoorschijn. Mocht dit de eerste keer zijn dat je een reisverhaal van mij leest, ik hou van de Vlaamse vertalingen! Ik vind ze prachtig!

DSC_7671-1024x642

De roodstaartamazila is lid van de kolibriefamilie en is plaatselijk een algemeen voorkomende soort. Ze zoeken in hoofdzaak graslanden en weelderige bosranden op tot maximaal 1600 m boven de zeespiegel. Deze fraaie vogel is slechts 10 cm groot. Opvallend tijdens de reis was hun dominante gedrag ten opzichte van andere hummingbirds. Ze lijken zeer schattig, maar zijn het in hun dagdagelijks leven verre van.

DSC_5769-1024x651

De paarsbuikkolibrie is ook lid van de kolibriefamilie en meet slechts 9 cm. Ze zijn op lagere hoogten te vinden tot maximaal 850 m. Het centrale en oostelijke landsdeel van Panama bestrijkt hun verspreidingsgebied. In westelijke provincies is de soort afwezig. De mannetjes zingen soms zelfs in losse groepjes bij elkaar op enkele meters boven de grond. Ze zijn hierdoor socialer te noemen dan de roodstaartamazilia.

DSC_5643-1024x671

Bovenstaande vogel had ik reeds eerder gezien tijdens een Brazilëreis, maar het blijft voor mij de vogel met de meest verwarrende naam om uit te spreken, de grijskop chachalaca. Deze gevederde vriend maakt deel uit van de familie van sjakohoenders en hokko’s. Je mag ze aanschouwen als boombewonende bosvogels die vaak ook kleine families vormen. Ze zijn de tegenhangers van mijn persoonlijk meest geliefde hoenderfamilie, de fazanten.

Na een eerste echte vogeldag had ik toch al 96 soorten waargenomen. Van een leuk begin gesproken! Naast het kijken naar vogels kregen wij plotseling oog voor een cultureel getinte activiteit: het Panamakanaal. Tussen het vogelen door brachten wij een bezoek aan de grote sluizen die een diepte van 17 m overbruggen. Deze ruim 80 km lange kunstmatige waterweg wordt door de meesten aanzien als continentale grens tussen Noord- en Zuid-Amerika. Het is een erg belangrijke blauwe ader voor het internationale transport. Zo kunnen containerschepen hun vaarroute van noord naar zuid met duizenden km inkorten. Het feit dat ik het kanaal net dit jaar ging bezoeken geeft een extra cachet aan het geheel omwille van de millenniumviering. Het kanaal werd in 1914 geopend voor de scheepvaart.

De dag nadien stond het wereldberoemde vogelgebied Pipeline Road op het programma met een bezoek aan Canopy Tower in Soberania NP. De 32 meter hoge uitkijktoren maakt deel uit van het Panama Rainforest Discovery Center. Ecotoerisme en milieueducatie staat er centraal en is in handen van de FAEE. Hun kerndoel is uiteraard het behoud van vogels en hun biotoop. Ze brengen verscheidene milieuprojecten tot leven waardoor ze hun doel kunnen nastreven en bereiken. Bovendien worden er heel wat natuurstudies gedaan zoals ook die van de instandhouding van de groene ara in Panama. Deze stond in mijn top 20 om waar te nemen, maar hij is jammer genoeg niet in beeld gekomen. Ze zijn trouwens in Gamboa zelf al reeds lange termijn niet meer waargenomen. Wetenschappers bestuderen vandaag de dag de haalbaarheid van een eventuele herintroductie van de soort. Pipeline Road is een 17 km lang pad doorheen tropisch regenwoud waar het wemelt van diverse fauna en flora. Het beslaat 19000 hectare tropisch bos met tal van rivieren en paden. Tot nu toe zijn er 525 vogelsoorten en 150 verschillende zoogdieren inclusief jaguar en vier apensoorten te bekennen! Van een indrukwekkend natuurgebied gesproken! Vanwege de omvang van het gebied brachten we een viertal bezoekjes.

Typische soorten van onze vuurdoop langs Pipeline Road waren onder meer grote bosvalk, kortsnavelduif, roodoorpapegaai, kortstaartgierzwaluw, Buffon-pluimkolibrie, roodkeelspecht, schubkeelbladkrabber (erg leuk!!), noordelijke gebandeerde muis-specht, dwergmiersluiper, brilmierpitta, groene breedbektiran, bronzen schiffornis, geelpluimtreurtiran, zwartbuikcotinga, purperkeel vruchtenkraai, goudkraagmanakin, blauwkruinmanakin, geelbroekmanakin, zwartborstgaai, Pacifische orpheuswinter-koning, troepiaaltangare, roodkeel miertangare, blauwkop motmot, rosse motmot, breedsnavelmotmot, maskertityra en nog tientalen anderen. Echt zeer vogelrijk!

DSC_50221-1024x359

Ook al was ik niet gedurende het broedseizoen in Panama, deze roodstaartamazilia was druk bezig aan de opbouw van haar miniscule nestje van maximaal 4 cm groot. Het was een mooi tafereel om te zien.

In de namiddag maakten wij nog een korte stop aan de Summit Ponds te Gamboa. Schuitbekreiger, zwarte arendbuizerd, vleermuisvalk, grote ani, Amazoneijsvogel, groene ijsvogel,… Ze waren met z’n allen aanwezig. ‘s Avonds gingen wij opnieuw naar Pipeline Road voor een nachtexcursie. De roep van de kuifuil en de twee andere kleverige vriendjes, de roodoogmakikikker en de zandloperkikker staan voorgoed in mijn geheugen gegrift. Hieronder een beeld van de roodoogmakikikker of roodvoet-makikikker. Hij maakt deel uit van de familie van boomkikkers en leeft enkel in de tropische bossen van Centraal-Amerika. De helderrode ogen, oranje gekleurde tenen en vingers en de blauw-geel gestreepte flanken en poten spreken tot de verbeelding! Ze hebben een uitzonderlijk knap kleurenpatroon en zijn hierdoor de meest populaire van alle boomkikkersoorten. In tegenstelling tot de kleinere pijlgifkikkers is deze clown niet giftig. De felle kleuren brengen een schrikreactie teweeg bij de vijand.

roodoogmakikikker-1024x554

De volgende dag werden de groene zones rond Panama-City verder uitgekamd. Het werd bij nader inzien opnieuw een dag om nooit te vergeten. Attractieve momenten waren onder andere een drievingerige luiaard in actie, de bewegingsloze houding van de grijze reuzennachtzwaluw, een uitgebreide zang van de rooskleurige troepiaal-tangare, vele eekhoornkoekoeken,… Stuk voor stuk pareltjes. In de late namiddag reden wij zelfs nog naar Isla Naos en Punta Culebra via een gigantische oversteek.  Met zicht op de Stille Oceaan, een idyllisch strand en weelderige bosjes lukte het om tal van nieuwe soorten te scoren. Willet, mangrovezanger, blauwvoetgent, Amerikaanse oeverloper, Noord- Amerikaanse ruwvleugelzwaluw, Amerikaanse regenwulp, kleinste strandloper, geelkruinkwak, witte ibis, kaalkopooievaar,… Wel leuk dat wij ook enkele kustplekjes hebben opgezocht om die typische waadvogels te kunnen meepikken.

Een drievingerige luiaard en een grijze reuzennachtzwaluw waren tevens toppers om te beleven. Dit drievingerig zoogdier heeft typisch drie vingers aan elke hand, maar in tegenstelling tot alle andere zoogdieren op aarde wel negen halswervels. Het voordeel hiervan is dat hij zijn kop vlotjes 180° kan draaien. Het roomkleurige gezichtsveld, de brede bruine band langs het voorhoofd, zijn manier van doen,… Ik vind het een apart maar vooral bangelijk fraai beest. Dat is dan toch mijn mening! Tijdens het regenseizoen groeien er bovendien vaak algen op zijn rugstreek ter camouflage voor vijanden zoals de harpij. Luiaards voeden zich vooral met bladeren en zachte vruchten. Bladeren zijn lastig te verteren, maar om zoveel mogelijk energie uit deze voeding te halen heeft de luiaard een aangepaste, namelijk tragere stofwisseling. En propere beestjes dat het zijn!! Door die trage stofwisseling gaan ze slechts één keer om de veertien dagen naar toilet. Ze komen voor hun grote boodschap speciaal uit de boomkruinen helemaal naar de begane grond om vervolgens een kuiltje te maken en hun klus te klaren. Nadien gaan ze weer de hoogte opzoeken om zo’n 20 tot 22 uur per dag te slapen. Wat een leven toch?! De nachtactieve reuzennachtzwaluw is familie van de reuzennachtzwaluwen en vangt vanop een hoge uitkijkpost vliegende insecten. Door zijn kleurenpatroon en stokstijve lichaamshouding, een tak nabootsend, voorkomt hij slachtoffer te worden van predatie.

Even naar een andere topper hieronder, de blauwvoetgent. Deze zeevogel is familie van de genten en is met een vleugelspanwijdte van 150 cm een bijzonder grote verschijning. Zijn naam verwijst naar de helder blauwe poten. Deze komen vooral van pas tijdens de baltsperiode waarbij het mannetje er overdreven mee loopt te paraderen voor het vrouwtje. Tevens steekt hij zijn kleurrijke poten net voor een landing even snel in de lucht. Het zou een vorm zijn om elkaar te groeten.

DSC_7294-1024x534

Na het uitgebreid vogelen in Gamboa werd het tijd om nieuwe oorden op te zoeken. Het zou een reisdag worden in de richting van de Dariénstreek. Tijdens onze oostwaartse bewegingen zouden wij vele nieuwe soorten kunnen scoren in totaal andere biotopen. De eerste grote stop maakten wij in het middelgebergte langs Chagres NP in Cerro Azul. De hoge wolkenvorming en thermiek zorgden voor enkele fascinerende roofvogels, maar ook in plaatselijke vegetatie kwamen vele kolibries en tangaren tevoorschijn. Enkele onvergetelijke soorten waren onder andere witnekkolibrie, paarskopkolibrie, bronsstaartpluimkolibrie, langsnavelsterkolibrie, zwaluwstaartwouw, Amerikaanse grijze wouw, donkergrijze wouw, kortstaartbuizerd, laaglandlevertangare, okerkaptangare, purpermaskertangare, vuurkuifkoketkolibrie, geelbroekmanakin,…

DSC_7589-1024x669

De witnekkolibrie maakt deel uit van de kolibriefamilie en bereikt een lengte van 11 cm. Waarneembaar zijn deze pareltjes tot op 1500 m hoogte in bloemrijke bomen die een regelmatige zaadvorming hebben. Het mannetje spreid zijn staart wijd open tijdens het verdedigen van zijn territorium. Hierbij komen de witte onderstaartdekveren tot uiting.

DSC_75771-1024x611

De laaglandlevertangare is lid van de kardinaalachtigen. Het is een dungezaaide zangvogel van heuvellanden tussen een hoogte van 600 tot 1350 m. Het geslachtsonderscheid is gemakkelijk, de mannetjes zijn dieprood van kleur en zijn contrastrijk ten opzichte van de olijfkleurige vrouwtjes.

DSC_74302-1024x677

Dit vogeltje heeft een zeer ludieke naamgeving, namelijk de geelbuikschoffelsnavel. Typisch zijn de donkere bovendelen, de gelige hals, borst en buik en de geel gebandeerde vleugels. Ze zijn door de gelige halsstreek vlot te onderscheiden van de verwante zwartkopschoffelsnavel. Deze hebben daarentegen een witte hals met een zwarte dwarsstreep. Het zijn moeilijk waarneembare vogels die zich ophouden in zeer dichte ondergroei. Laat staan dat ze graag willen poseren voor de fotograaf!

DSC_7810-1024x690

Deze zwaluwstaartwouw was voor mij een soort uit de oude doos. Ik zag een viertal exemplaren tijdens mijn Braziliëreis, zo’n twee jaar geleden. Pluspunten zijn dat ik de soort ditmaal aardig op de plaat kreeg en dat ik er geen vier, maar wel ruim 40 stuks in het oog kreeg. Zeer sierlijk cirkelend boven mijn hoofd in het middelgebergte, op weg naar Bayano. Ze hebben een spanwijdte van 128 cm en typisch is uiteraard de diep gevorkte staart. De inkeping van onze inheemse rode wouw kan hier niet aan tippen.

DSC_7551-1024x702

Okerkaptangaren hebben tevens een prachtig, kleurrijk jasje. Deze tangaresoort heeft een kastanjebruine kop, turquoise hals, borst en buik, lichtbruine sokjes en helder groene vleugels, bovenrug en staart. De stuit is eveneens turquoise van kleur. Ze komen in zowat elke Panamese provincie voor, al zijn ze geconcentreerd aanwezig in heuvelland en middelgebergte. Een leek zou hem nog durven verwarren met zijn verwante soort, de roodvleugeltangare.

Tijdens onze avondtrip richting Torti (gehucht binnen Darién) passeerden wij nog aan een plek waar er onlangs een fluitreiger gemeld werd. Deze reigersoort is tot op vandaag nog maar twee keer waargenomen in Panama. Na het afscannen van weilanden en kleinere meren kregen we jammer genoeg geen fluitreiger te zien, wel vele zwartbuikfluiteenden en een Amerikaanse grijze wouw. Voor mijzelf was het niet echt een tegenslag aangezien ik die prachtige vogel op lange poten reeds eerder heb waargenomen en gefotografeerd. Het is alleen zonde voor mijn landlijst van Panama.

Na een aangename nachtrust, een stevig ontbijt en de eerste nieuwe soorten langs de accommodatie waaronder de oranjekaptroepiaal en de zwartkeelmango, trokken we er weer op uit. Op naar de echte Darién via de Pan-American Highway! Deze inter-amerikaanse snelweg loopt oostwaarts verder door naar Colombia, maar is echter af te raden om te blijven volgen. Het is een levensgevaarlijke klus om nog dieper de Darién te betreden via deze weg! Laat staan dat je het land op deze manier zou verlaten. De kans dat je het er levend vanaf brengt is echter klein. Je zou er simpelweg de kern van criminaliteit ontmoeten! Voorzichtig zijn moet je overal, wereldwijd, maar in de Darién moet je er nog iets meer oog voor hebben. De magnifieke natuurrijkdom van deze provincie beleef je niet zonder risico’s. Uiteraard weten de locals ook wel hoe je op de veiligste manier bij vogels kan geraken. Zo kwam ik terecht in het San Francisco Reservaat. Een stuk laagland regenwoud met een zeer gevarieerde avifauna omwille van de afwisseling in habitats. Primair en secundair regenwoud, weilanden, rivier-randen,… ze zijn allemaal toegankelijk. Het voelde op voorhand aan alsof het een topdag zou worden. Wel dat werd het ook aangezien de gescoorde soorten! Even enkele topsoorten… Amazonekroontiran, grote bonte buizerd, koningsgier, zwartbuik-cotinga, tandwouw, zwart-witte kuifarend, dwergduif, zwartoormargrietje, bandstaart-baardkolibrie, streepkeelheremietkolibrie, saffierkeelkolibrie, geelkruinvliegenpikker, dwergvliegenpikker, okerkapvireo, witoorspitssnavel en zelfs de endemische Panamaspecht!

DSC_8874-1024x675

Dit is een koppeltje kleine ani’s dat ik kon fotograferen langs de rand van een weiland. Deze 33 cm lange vogel is afkomstig uit de familie van de koekoeken. Deze sociale vogel kan je meestal waarnemen nabij veeweiden tot op een hoogte van 1500 m.

DSC_87551-574x1024DSC_85932

Naast de vogels waren ook twee apensoorten van de partij. Links de fraaie, maar heel dominante roodnektamarin, rechts de veel grotere mantelbrulaap. Roodnektamarins behoren tot de familie van de klauwaapjes. Deze dagactieve soort leeft in groepen tot wel 20 exemplaren waarbij elke ochtend de grenzen van hun territorium wordt gemarkeerd met mannelijke geurstoffen. Bij de eerste de beste indringer laten ze hun vogelachtige kreten weerklinken ter bescherming van de totale groep. Het is een ware omnivoor met onder andere bloemen, boomkikkers, slakken, jonge vogels en eieren op het dagelijkse menu. De mantelbrulaap is vervolgens lid van de familie van de grijp-staartapen. Meermaals kon ik het luide gebrul van deze fascinerende zoogdieren aanhoren. Ze hebben wel een eigenaardige vorm van communicatie voorafgaand bij de paring. De vrouwtjes laten zich verleiden door de tongbewegingen van de mannetjes. Vooraleer het mannetje mag paren, moet het vrouwtje opgewonden geraken van de zeer snelle op- en neerwaartse tongbewegingen waarbij de tong ook in en uit de mond heen en weer gaat. Deze apen voeden zich in hoofdzaak met bladeren.

Ook de dag nadien gingen wij op pad in de Darién, alleen nu veel dieper in de provincie tot zo’n 30 km van de Colombiaanse grensposten. Het Tierra Nueva reservaat is tot op heden een zeer weinig bezocht natuurreservaat. Dankzij de locals konden wij het gebied betreden en genieten van een geïsoleerde natuur! In de namiddag bezochten wij dan nog het lokale opleidingscentrum, opgericht om jonge studenten te onderrichten in duurzame agro-bosbouw. Wij kregen er tevens toegang tot enkele interessante bospaden doorheen primair en secundair regenwoud langs de Chucunaque rivier. De volledige dag was weeral vruchtbaar met mooie soorten zoals kleine bonte buizerd, limpkin, gestreepte koekoek, cholibaschreeuwuil, bleke heremietkolibrie, witnekbaard-koekoek, noordelijke grijswangtrappist, bronsspecht, spiegelbreedbektiran, geelbuik-breedbektiran, Panamese tiran, witkopwinterkoning, kuiforopendola, Waglers oropen-dola en nog vele andere gevleugelde vrienden. Als prachtig extraatje zagen wij nog enkele gouden gifkikkers! Meestal zijn ze in tegenstelling tot hun naamgeving zwart van kleur met geelgroene of blauwe patronen.

DSC_89511-1024x670

Bovenstaande witstaarttrogon maakte het vogellijstje nog wat langer. Wat een pracht van een vogel! Dat metaalblauwe met die gele buik is echt schitterend. Ze komen voor in lager gelegen tot middelhoog gesitueerde bossen van zo’n 550 m hoogte.

Na spannende dagen in de Darién kon ik terugblikken op een bijzonder knap en geslaagd reisdeel. De dag nadien gingen wij al vogelend naar de luchthaven voor onze binnenlandse vlucht naar David, de westelijke kant van Panama. Onze vlucht was pas om 16:00 u, dus hebben wij nog enkele leuke soorten kunnen waarnemen langs bosranden en kleinere meren. Amerikaanse bosruiter, kleine en grote geelpootruiter, zwarte ibis, sokoireiger, Amerikaanse dodaars, grote koevogel,… en een grote kolonie broedende koereigers. Na een heel eind rijden sloeg het toch heel even tegen! Een autoband met een gat in zo groot als een ei bracht wat ellende met zich mee. En net het busje met alle bagage. Zwaar geladen of niet, er was zelfs geen passende autokrik voor handen. Zonder degelijk werkmateriaal of oplossingen, wachtend op voorbijrijdend vervoer, ging de tijd maar verder. Er werd besloten dat het andere busje hulp moest gaan zoeken in de volgende dorpskern. Zelf zat ik met twee andere vogelvrienden nog in het goede busje omwille van de dure apparatuur. De overige vogelaars bleven bij de defecte bus en wij drieën reden met de chauffeur een eind verder. Na regen komt zonneschijn, maar deze keer was het niet alleen zonneschijn, het verscheen wel een wereldwonder! Ik leg het verder uit… Wij dus met z’n vieren op pad en kwamen een geparkeerde vrachtwagen tegen. De chauffeur ging even navragen voor een forse autokrik, maar tevergeefs. Géén resultaat. Na opnieuw een eindje rijden zagen wij aan de linkerkant van de weg een leegstaande auto en een beetje verder aan de overkant een natuurfotograaf. Onze chauffeur vroeg aan hem wat er te zien was in het struikgewas. De Panamese fotograaf maakte hem duidelijk dat het een nieuwe soort voor Panama was, maar hij geloofde hem niet. Toch drong de fotograaf even aan om een kijkje te nemen. Al lachend ging onze chauffeur, die tevens een intensief vogelaar is, op zijn verzoek in. Als een gek kwam hij aangelopen en vertelde dat het klopte: een broedsel van de witbuikkoekoek!! Hij liet ons drieën achter bij dit wonder en reed verder op zoek naar een degelijke autokrik. Na enige tijd werd er dan toch een oplossing gevonden en kwamen ook de andere vogelvrienden ter plaatse. Met een glimlach tot achter de oren keek iedereen vol bewondering naar het vrouwtje op haar nest.

Uiteraard mochten wij onze vlucht niet missen en wij waren al aan de erg late kant… Na het zien van deze gelukstreffer, met volle gas richting de luchthaven. Onderweg werd er nog wel een stopje voorzien langs meren, bruggen en een plaatselijke bevolkingsgroep, de Kuna stam. Ter plaatse zagen wij nog een foeragerende otter die natuurlijk welkom was voor onze zoogdierenlijst! Uiteindelijk geraakten wij tijdig op de luchthaven, namen wij een binnenlandse vlucht richting de provincie Chiriqui en kwamen wij aan in David. ‘s Avonds nog even gaan vogels kijken, maar niet echt veel nieuws uit de lucht kunnen halen. De dag nadien reden wij al vroeg weg uit deze stad richting de nevelwouden van het Talamancagebergte. Er werd zelfs op de middag helemaal doorgereden tot aan de Caraïbische laaglanden die deel uitmaken van de provincie Bocas del Toro. De dag die ik toen ging beleven was uiteindelijk de mooiste. In de ochtend bezochten wij dus uitlopers van het Talamancagebergte waar nevel, gemengd woud, watervallen en prachtige soorten centraal stonden. Witkeeldwergral, witkop-margrietje, witkraaggierzwaluw, grijsstuitgierzwaluw, groenborstmango, witbuikjuweel-kolibrie, leikleurige stekelstaart, gestreepte bladspeurder, wigsnavelmuisspecht, grijskruinmiervogel, olijfrugorganist, bruinkaporganist, zwartborsttroepiaal, Montezuma oropendola, Noord-Amerikaanse waterspreeuw, kastanjewinterkoning,… Stuk voor stuk fraai foeragerend en/of zingend waargenomen. Het lijstje bevatte echt wel enkele moeilijke soorten! Ik heb zelfs voor de ganse groep een overvliegende Sclaters buizerd en bonte kuifarend kunnen aanduiden in het luchtruim. Deze twee soorten waren lifers en wij zagen ze enkel tijdens onze eerste dag in het nevelwoud! Ik greep de waterkans met beide handen en bereikte resultaat.

DSC_2826-1024x680

Het Talamancagebergte vormt de natuurlijke grens tussen Panama en Costa-Rica. De hoogste piek vind je op 3819 m hoogte. Naast nevelwouden en bergbossen zijn er ook vanaf zo’n 3000 m alpiene graslanden. Langs de blauwe aders die je kan waarnemen op bovenstaande foto, heb ik twee Noord-Amerikaanse waterspreeuwen waargenomen. Een grootschalig deel van Talamanca maakt deel uit van La Amistad. Een gigantisch en biodiversiteitsrijk natuurreservaat dat door de UNESCO op de werelderfgoedlijst is geplaatst.

DSC_2846-1024x680

Op de beelden kan je de aanwezigheid van nevel duidelijk afleiden. Op sommige momenten kon je geen 20 m ver kijken. Dit weerselement trok daarmee de moeilijk-heidsgraad van het vogelen drastisch op. Zelf vond ik dit wel de meest sfeervolle omgeving en aangezien ik gek ben van naaldbomen, kwam dit reisdeel voor mij bovenaan de ranking te staan the original source. Des te groter de uitdaging en inspanning, des te meer voldoening wanneer je je doel bereikt.

DSC_2854-1024x639

Ook hoe de plaatselijke bevolking daar leeft is gewoon al heel vredig. Niet dat ik er mijn biotoop voor wil inruilen aangezien hun schaarse voorzieningen. Ze weten gewoon heel goed om te gaan met het leven in de bergen, ze leven van en voor de natuur. Het landschap rondom de hutten is echt zeer attractief! En wetende dat in zo’n fascinerende landschappen nog eens pareltjes van vogels voorkomen, dat maakt het droomparadijs helemaal af. Eén van die pareltjes is de grijskruinmiervogel! Ik was tijdens het moment van onderstaande opname wel de gelukkigste Vlaming op aarde. Daarvoor doe ik het nu, namelijk specifieke, knappe, nerveuze, schuwe en zeldzamere vogels op de plaat krijgen. Dit vogeltje voldoet volledig aan deze kernwoorden. Deze zangvogel leeft voortdurend in donkere, schaduwrijke plekjes in de dichte en lage vegetatie. Hij is endemisch voor de wereldregio: Costa-Rica en Panama.

DSC_95643-1024x592

In de Caraïbische laaglanden konden wij tevens leuke soorten bewonderen zoals de groefsnavelani, het witkraagdikbekje, de roodrugtangare, de groenkruinmaskerzanger en nog vele anderen. Kortweg een dag die voor altijd in mijn geheugen staat gegrift!

De volgende dag trokken wij nog wat hoger in het echte Chiriqui hooggebergte. Ons nieuwe verblijf was ook een erg gave plek met een grote, schitterende tuin. De ganse dag maakten wij verscheidene stops op zoek naar de specialiteiten van de streek. Zo brachten wij een uitgebreid bezoek aan Volcán Barú. Met een piek van 3474 m is het de hoogste berg van Panama. Het werd opnieuw een soortenrijke dag met onder andere kuifsjakohoen, bruinkraaggierzwaluw, Pacifische blauwborstamazilia, oranje-buiktrogon, vuursnavelarassari, roetspecht, roodwangstekelstaart, bruinkeelblad-speurder, leigrijze miersluiper, bergelenia, okerbuikpipratiran, ruigpootvliegenpikker, brilbreedbektiran, grijskruintiran, roodbrauwpeperklauwier, oeverwinterkoning, geelbekdwerglijster, maskerparulazanger, goudhaanzanger, witvleugeltangare, Costaricaanse tangare, geelbuikdikbekje,… En zeggen dat een tweede dag in hooggebergte niet veel nieuwe soorten zou opleveren?! Ik benadruk dat dit lijstje nog niet volledig is, hé! Het was een ware invasie aan nieuwelingen.

DSC_2876-1024x630

In deze omgeving worden bergflanken gekleurd door de koffieteelt. In het park kan je meer te weten komen over de koffieplantage en het branden van koffiebonen. Bovendien kan je er uiteraard een zalige kop koffie drinken, ze zeggen wel eens de beste ter wereld. Van oktober tot en met februari wordt er koffie geplukt, vaak door de fraai geklede Guaymi-indianen. Kortweg een natuur met vele menselijke invloeden.

DSC_2880-1024x680

Tijdens onze tocht kwamen wij op een gegeven moment een minder gezellig beestje tegen, namelijk een tarantula hawk. Zoals zijn naam al verklapt, hij jaagt op grote spinachtigen. Volgens onderzoek zou dit gevleugeld wezen de tweede pijnlijkste insectenbeet kunnen teweegbrengen. De nummer één is weggelegd voor de kogelmier. De pijn wordt beschreven als woest, verblindend, schokkend en elektrisch. Gedurende een drietal minuten voel je pijn die gelijk staat met een haardroger die in je bubbelbad is gevallen. Volgens een entomoloog die verbonden is aan de universiteit van Arizona is de schaal van de pijn gelijk aan 4.0. Hij heeft namelijk de ‘Schmidt Sting Pain Index’ opgesteld. Deze schaal loopt op van 0 tot 4+ oftewel van praktisch geen pijn tot gruwelijke pijn.

DSC_9953-1024x593

De dagen nadien bleven wij in hoog- en middelgebergte op zoek naar tropische vogels zoals de quetzal. Ik vind dat je niet kan zeggen dat je in Panama bent geweest als je de quetzal moet dippen. Een soort die je moet zien! Het was helemaal niet gemakkelijk om deze trogonsoort in beeld te krijgen. Natuurlijk zijn er tal van andere prachtige vogels op ons pad gekomen gedurende de quetzalwandelingen zoals de violette sabelvleugel, groene violetoorkolibrie, rivoli’s kolibrie, streepstaartkolibrie, roodbuikjuweelkolibrie, groenkruinbriljantkolibrie, fonkelende kolibrie, tandsnavelbaardvogel, blauwkeelarassari, eikelspecht, rode boomloper, vlekkruinmuisspecht, Costaricaanse tapaculo, bergbeek-tachuri, barrancapiewie, gele feetiran, gebandeerde bekarde, geelbandvireo, witbrauw-vireo, zwartmaskersolitaire, bergdwerglijster, cabanis lijster, geelflankzijdevliegenvanger en nog bergen andere soorten! De dagen werden precies alleen maar soortenrijker?!

Deze soorten hebben wij waargenomen in Parque La Amistad. Dit grootse natuur-reservaat waar ik reeds eerder in dit verhaal ben blijven bij stilstaan omvat een oppervlakte van maar liefst 400 000 hectare ongerepte natuur. Het strekt zich uit over Panama en Costa-Rica en een vijftigtal vogelsoorten komen hier voor en nergens anders ter wereld. Het endemisme is dus erg hoog. Onze waarnemingen werden gedurende onze dagen in het hooggebergte toch vaak verstoord door zware regenval. Dit in tegenstelling tot de algemeen fraaiere hete dagen in Centraal- en Oost-Panama.

DSC_0266-1024x708

De roodbuikjuweelkolibrie is een vertegenwoordiger van de kolibriefamilie. Dit juweeltje dat zo’n 11 cm groot is, kan je in Panama enkel in het uiterste westelijke hoogland vinden. Het is dus een schaarse gast en endemisch in West-Panama. De mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden door de zuivere witte keel.

DSC_0263-1024x588

Een kopprofiel van de groene violetoorkolibrie. Kijk toch eens aan wat een kleurenpracht. Deze straalt echt rust uit vind ik. Bovendien is het een kolibrie met eens een correcte en toepasselijke Nederlandstalige naamgeving. Een groene kolibrie met een violetkleurig oppervlak ter hoogte van de oorstreek. Ze worden eveneens 11 cm groot en komen normaal alleen maar voor vanaf een hoogte van 1500 m en hoger. Heel sporadisch zijn er waarnemingen tot op 900 m in zeer weelderige bossen.

DSC_06631-1024x539

Deze grootpootstruikgors is afkomstig uit de gorzenfamilie en komt slechts in een erg geïsoleerd gebied van Panama voor. Zoals je kan afleiden van bovenstaande foto foerageren ze graag langs de beter belichte plekjes in bergwouden. Daar gaan ze voortdurend op zoek naar zaden en kleine vruchten. Ze leven op een hoogte vanaf 2100 m in westelijke delen van de provincies Chiriqui en Bocas del Toro. Omdat hij erg dun gezaaid is op Moeder Aarde was ik erg blij met deze foto! Slechts eenmaal gezien gedurende een halve minuut in de vochtige bergwouden van Panama en dan toch nog een aardig beeld. Het geeft een echte boost tijdens een intensieve wandeltocht met moeilijk te bewandelen groene zones bestaande uit hevige regenval, omgevallen bomen, watervalletjes, rotsen, modder,… Zonder local was onze tocht onmogelijk.

Na enkele dagen met kans op de quetzal kreeg ik nog steeds geen teken van zijn bestaan. Wij hadden nog een laatste kans tijdens de volgende dag, een reisdag van David opnieuw naar Panama City. De druk werd groter en groter aangezien er maar enkele uren tijd was om mijn nummer één van de trip te scoren. De locals die ons dagelijks vergezelden hadden de avond voordien besloten om af te zakken naar het dorpje Boquete. Deze plek is eerder dit jaar jammer genoeg minder rooskleurig in het nieuws verschenen door de twee omgekomen Nederlandse studenten. Erger nog, enige tijd terug zijn er nog personen als vermist opgegeven en ze zijn helaas nooit  teruggevonden. Toch moest dit de plek worden waar wij de quetzal zouden treffen. Om onze kansen maximaal te vergroten, konden wij genieten van vier begeleidende gidsen. Dit had ik nog nooit eerder meegemaakt zeg, wat een luxe!

Geloof het of niet maar gedurende een wandelroute van ongeveer 4 km kregen wij maar liefst 12 verschillende exemplaren in beeld!! Concreet twee mannetjes en tien vrouwtjes! De zeer kleurrijke mannetjes met een staart van ongeveer een meter lang bleven helaas wel ver weg van mijn telelens. Toch was het een zeer aparte natuur-beleving die uiterst kwaliteitsvol verlopen is met naast de quetzal ook nog enkele andere leuke soortjes waaronder roodborstkwartelduif, zwarte goean, witstaart-smaragdkolibrie, gekraagde trogon, roodkopbaardvogel, vlekborstboomloper, streepborstboomjager, bloedtangare, blauwkaporganist,… Allen in een fantastisch mooie vegetatie. Een ware illusie om je in te begeven!

DSC_2925-774x1024DSC_0898-612x1024

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hierboven de natuurlijke habitat van de quetzal en tevens een vrouwelijk exemplaar.  Ze leven in nevelwouden tot op een hoogte van 3000 m. Beide geslachten hebben een metaalglanzende groene kop, rug en vleugels, een heldere rode borst en witte onder-staartveren. De mannetjes hebben tijdens het broedseizoen een zeer lange staart, bestaande uit vier staartveren die uitgroeien tot fraaie slierten. Mannelijke vogels hebben een gele snavel, vrouwtjes een zwarte. De soort voedt zich in hoofdzaak met de vruchten van avocado’s. Deze vruchten worden in zijn geheel ingeslikt en grotendeels verteerd in de maag. De grote pit braakt hij opnieuw uit. Hij staat dus mede in voor de verspreiding van zijn lievelingsbomen, avocadobomen. De quetzal komt voor in vele verscheidene Indiaanse legendes. Op het doden stond vroeger zelfs de doodstraf in vele stammen. Er is in die legendes een correlatie met quetzalcoatl, de god van de wind en de cultuur volgens de Azteken. Zijn naam stond voor gevederde slang. Bovendien is het de nationale vogel van Guatemala, tevens een Midden-Amerikaans land.

Na een deugddoende middag namen wij opnieuw het vliegtuig naar Panama City. Wij zouden uiteindelijk nog een tweetal dagen verblijven in Gamboa om nog een laatste keer Pipeline Road te gaan bezoeken. Naast dit wereldberoemde natuurreservaat stond ook nog een bezoek aan de Summit Gardens en Summit Ponds op het programma. In de Summit Gardens brachten wij een kijkje bij de levensechte, in gevangenschap levende harpij. In een kooi zegt de vogel mij echter weinig, maar je kan wel goed zijn algemene bouw onder de loep nemen. Gelukkig heb ik deze zeldzame en gigantische roofvogel eerder in het wild gezien, namelijk in het zuidelijke deel van het Amazone-woud. Onze laatste dagen brachten toch nog heel wat nieuwe soorten op zoals kap-reiger, visarend, bandstaartbuizerd, cassins duif, grote amazonepapegaai, cayenne-gierzwaluw, bonte baardkoekoek, zwartgestreepte muisspecht, grote mierklauwier, marmerkeelmiersluiper, rouwmiervogel, witoormiervogel, zwartstaartmuggensluiper, geelstaarttroepiaal, geelsnaveltroepiaal,… en zelfs mijn 400ste soort van de reis, de struikvireo.

DSC_1394-622x1024DSC_1008-505x1024

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Links een roodkeelspecht, rechts een grote Amazonepapegaai. Deze spechtensoort komt vooral in Centraal- en Oost-Panama voor tot een hoogte van 600 m. In het verleden waren er ook waarnemingen langs de Caraïbische laaglanden. Ze zoeken in hoofdzaak de hoge boomkruinen op. De grote Amazonepapegaai heeft een kenmerkende en opvallende brede, witte oogring. Ze zijn moeilijker te fotograferen omdat ze zich meestal afzonderen in dicht bebladerde bomen. Het zijn ietwat schuwere papegaaien en ben dus opgelucht dat ik bovenstaande plaat in handen heb. Het is met zijn 38 cm een vrij grote soort. Ze leven in tropische bossen tot een hoogte van 1500 m.

DSC_1885-1024x642

Hier nog een beeld van de geelstaarttroepiaal die ik zag langs de Summit Ponds. Deze is de enigste van de Panamese troepialen met geel in de staart. De andere familieleden hebben allen een zwarte staart. Meestal zijn ze te vinden langs draslanden of omvang-rijke rietvelden. Ze komen voor van Mexico tot Peru, maar zijn wel opgesplitst in vier ondersoorten.

De laatste dag gingen wij zelfs nog een vogelsoort twitchen langs de Stille Oceaan, een duo humboldtgenten. Deze gentensoort is zéér bijzonder en erg zeldzaam voor Panama. Het was de tweede keer dat de soort ooit is waargenomen in dit Centraal-Amerikaans land! Extreem zeldzaam dus! Met deze zeevogels, enkele fregatvogels, willets, witte ibissen en een fotogenieke wasbeer werd mijn reis doorheen Panama afgesloten. In totaal bereikt ik een landlijst van 409 vogelsoorten, inclusief enkele hoorsoorten. Van een succesvolle vogelreis gesproken! Normaal zou ik maximaal 350 soorten kunnen waarnemen in dit seizoen, maar door ons gedreven groepje vogelaars verkreeg ik er veel meer! Panama was ronduit geslaagd. Ik plaats hem in mijn top van reeds beleefde reizen. Moeder Natuur alsook Panama, bedankt voor de soortenrijkdom! Tot ziens!

Wil jij als eerste op de hoogte zijn

van al mijn nieuwe workshops, weekends en reizen?
Ik schrijf me in!
IK WIL OP DE HOOGTE BLIJVEN